Syrische nachtmerrie gaat door ondanks staakt-het-vuren

Vrijdag 8 april 2016 — In sommige gebieden hebben het bestand en humanitaire konvooien de situatie er op verbeterd. Maar in heel wat belegerde zones blijft de toestand meer dan dramatisch. “In veel belegerde gebieden gaat het horrorscenario gewoon door,” zegt Bart Janssens, directeur Operaties bij Artsen Zonder Grenzen.

“De voorbije twee weken is er een arts doodgeschoten door een sluipschutter en werden twee ziekenhuizen die we ondersteunen gebombardeerd. Bepaalde gebieden worden nog steeds beschoten, en medische hulp blijft geblokkeerd of sterk beperkt,” aldus Bart Janssens.

De laatste arts in Zabadani is doodgeschoten

Op de meeste belegerde plaatsen zijn er nauwelijks nog artsen, soms zelfs geen enkele. Sommige artsen zijn gevlucht, en velen zijn omgekomen bij bombardementen en beschietingen. In 2015 werden 23 leden van het medisch personeel in ziekenhuizen die Artsen Zonder Grenzen  ondersteunt gedood; 58 anderen raakten gewond.

In het belegerde Zabadani schoot een sluipschutter vorige week de laatste arts dood, en ook een lid van het reddingsteam, nadat zij een patiënt verzorgd hadden.

Twee ziekenhuizen gebombardeerd

Op sommige plaatsen verzorgen studenten genees- of verpleegkunde met beperkte opleiding zieken en gewonden. Zij leren het vak al doende, en doen wat ze kunnen. Maar hoewel Artsen Zonder Grenzen hen met technisch advies probeert bij te staan, is elke technisch complexe behandeling onmogelijk. Bovendien is het correct stellen van diagnoses een grote uitdaging.

De voorbije week werden twee veldhospitalen die Artsen Zonder Grenzen ondersteunt, een school, en gebouwen waar mensen woonden gebombardeerd in de wijk Ghouta. Minstens 38 mensen kwamen om en 87 anderen raakten gewond, waaronder vijf mensen van het medisch personeel.

Medisch materiaal verwijderd uit hulpkonvooien

Artsen en verpleegkundigen in Ghouta werden de voorbij maanden slechts extreem beperkt bevoorraad. Ze steunen op Artsen Zonder Grenzen en andere humanitaire organisaties om op clandestiene wijze medisch materiaal te krijgen.

Wanneer er uitzonderlijk toch internationale hulpkonvooien in de belegerde zones worden toegelaten, ontbreken vaak essentiële producten, zoals materiaal voor chirurgie en anesthesie, en bloedzakjes. Er is ook veel te weinig rehydratievloeistof, meldt het medisch personeel. Dat zijn nochtans precies de zaken die nodig zijn om slachtoffers van bombardementen te behandelen.

De Verenigde Naties verklaarden onlangs dat in 2016 al 80.000 medische behandelingen uit hun hulpkonvooien verwijderd zijn.

Geen evacuaties mogelijk

In de belegerde gebieden in en rond Damascus krijgen slecht erg weinig patiënten toestemming voor een evacuatie, hoewel velen in kritieke toestand verkeren en hoogdringend medisch zorg nodig hebben. Vorige week stierven in Madaya vijf mensen, waarvan er drie wellicht gered hadden kunnen met een medische evacuatie.

Ondanks de hulpkonvooien heeft lokaal medisch personeel in Madaya meer dan honderd gevallen van ondervoeding vastgesteld. In Madamiyeh zijn er zeven gevallen van ernstige ondervoeding geteld.

“We herhalen onze oproep om een einde te maken aan het geweld tegen burgers en woonwijken,” zegt Bart Janssens. “En we benadrukken ook opnieuw dat er dringend nood is aan medische evacuaties, en dat hulpkonvooien ongehinderd toegang moeten krijgen tot zones waar de bevolking daar nood aan heeft – het eerst van al in belegerde gebieden.”

Mohammed, 17, stierf aan ondervoeding 2 dagen nadat deze foto genomen werd. Hij was al vijf maanden in behandeling wegens een fysiek trauma met neurologische gevolgen, maar door gebrek aan het nodige medische materiaal en voedsel kon hij niet genezen. Hij raakte steeds sterker ondervoed en verzwakte, tot hij op 4 april overleed. © AZG. 2 april 2015, Madaya.

Published with Prezly