Onderzoek door AZG: minstens 6.700 Rohingya vermoord in Myanmar op 1 maand tijd (embargo 14 december 06u00)

Donderdag 14 december 2017 —  

 

Op basis van onderzoek schat Artsen Zonder Grenzen dat tenminste 6.700 Rohingya’s in de Myanmarese deelstaat Rakhine tussen 25 augustus en 24 september zijn vermoord, van wie kinderen jonger dan vijf jaar. Dit staat voor 71,7% van de in totaal 9.000 gestorven Rohingya’s in die periode. “De dodenpiek in de laatste week van augustus valt samen met de start van de ‘schoonmaakoperatie’ door de Myanmarese veiligheidsdiensten,” aldus Meinie Nicolai, algemeen directeur van Artsen Zonder Grenzen.

Artsen Zonder Grenzen voerde haar onderzoek begin november uit in vluchtelingenkampen in Cox’s Bazaar, in Bangladesh, net over de grens met Myanmar, op zes locaties. De bevindingen zijn representatief voor 608.108 mensen, van wie 503.698 na 25 augustus waren gevlucht. “Het resultaat was verbijsterend. Niet alleen hoeveel mensen een familielid zijn verloren, maar ook hoe gruwelijk het geweld is waarover zij vertelden,” aldus Meinie Nicolai.

De bevindingen*:

  • minstens 71,7 % van de doden viel als gevolg van geweld, waaronder ook kinderen jonger dan vijf jaar; oftewel 6.700 mensen, waaronder 730 kinderen.
  • De doodsoorzaken van wie door geweld om het leven kwam:
    • geweervuur: 69%
    • levend verbrand: 9%
    • doodgeslagen: 5%
  • van de omgekomen kinderen jonger dan vijf jaar:
    • geweervuur: 59%
    • levend verbrand: 15%
    • doodgeslagen: 7%
    • landmijnen: 2%

Het onderzoek van Artsen Zonder Grenzen toont aan dat de Rohingya een gericht doelwit waren van het geweld. De bevindingen vormen tot nu toe de duidelijkste aanwijzingen van het wijdverspreide geweld dat op 25 augustus begon. Die dag begonnen het Myanmarese leger, politie en lokale milities een nieuwe ‘schoonmaakoperatie’ in de deelstaat Rakhine, als antwoord op aanvallen door de Arakan Rohingya Salvation Army, een gewapende Rohingya-verzetsgroep. Sindsdien zijn meer dan 647.000 Rohingya van Myanmar naar Bangladesh gevlucht.

“En dan hebben onze teams nog niet eens met alle vluchtelingen in Bangladesh gesproken. Bovendien kunnen we alleen met overlevenden spreken, maar hoeveel families zijn er niet in geslaagd te vluchten? We hebben verhalen gehoord over hele families in hun huizen zijn opgesloten en vervolgens verbrand. En mensen vluchten op dit moment nog steeds uit Myanmar naar Bangladesh, en ook zij vertellen dat ze recent slachtoffer waren van geweld. Wij vrezen voor het lot van de Rohingya die zich nog steeds in het Maungdaw-district bevinden, helemaal omdat maar een zeer klein aantal onafhankelijke hulporganisaties er toegang toe heeft,” zegt Meinie Nicolai.

In het licht van deze cijfers is de ondertekening van een akkoord tussen Bangladesh en Myanmar over de terugkeer van de vluchtelingen zeer voorbarig. De Rohingya mogen niet gedwongen worden terug te keren naar Myanmar en hun veiligheid en rechten moeten gegarandeerd zijn voor er ernstig over een dergelijk plan gesproken kan worden.

Noot voor de redactie

Verantwoording van de onderzoekscijfers

In totaal sprak Artsen Zonder Grenzen met 2.434 gezinnen (11.426 mensen) op zes locaties in het Cox’s Bazaar district: vier in het noordelijke deel van de kampen (Kutupalong en Balukhali, met 367.718 inwoners) en twee in het zuidelijke deel, (Balukhali 2 en Tasnimarkhola, samen 135.980 inwoners).

De gezinshoofden beschreven hun familiesamenstelling, data, locaties en doodsoorzaken van familieleden. Op basis hiervan maakte Artsen Zonder Grenzen een gewogen analyse uit, geëxtrapoleerd naar het totale aantal inwoners van het betreffende deel van het kamp. Het totale sterftecijfer tussen 25 augustus en 24 september van de bezochte huishoudens was 8 per 10.000 mensen per dag. Dit staat gelijk aan een gemiddelde van 2,26% (met een ondergrens 1,87% en bovengrens van 2,73%) van de populatie. Omgerekend naar het totaal aantal vluchtelingen dat na 25 augustus is aangekomen betekent dit dat tussen de 9.425 en 13.759 Rohingya-vluchtelingen in de eerste 31 dagen nadat het geweld oplaaide is omgekomen, van wie tenminste 1.000 kinderen jonger dan vijf jaar.

 

De tweeling Nour al-Amin en Kheir al-Amin zijn net 22 dagen oud. Ze werden geboren in een AZG ziekenhuis. Ze hebben een longontsteking en zijn ondervoed, hebben koorts en ademhalingsproblemen. © Mohammad Ghannam/AZG
Mohingya vluchteling Mohammad Rafik verloor zijn éénjarige zoon Mohammad Ayoub in het kamp aan longontsteking. © Mohammad Ghannam/AZG
Tasnimarkhola vluchtelingenkamp. © Mohammad Ghannam/AZG
Tasnimarkhola vluchtelingenkamp. © Mohammad Ghannam/AZG