“Nog steeds nieuwe Rohingya-vluchtelingen in overbevolkte kampen in Bangladesh”

Een getuigenis van Kate Nolan, noodcoördinatrice voor Artsen Zonder Grenzen in Bangladesh

Maandag 19 februari 2018 — “Bangladesh nam al bijna 700.000 Rohingya-vluchtelingen op sinds 25 augustus 2017. Ze sloten zich aan bij tienduizenden anderen die daar al eerder heen waren gevlucht. Ik ben vooral onder de indruk van de omvang van de situatie: het aantal mensen dat in zo’n korte tijd, nauwelijks zes maanden, de grens overstak, is enorm. Sterker nog: er blijven nog steeds mensen aankomen. Het gaat niet langer om een massale volksverhuizing zoals bij het begin van de crisis, maar we zien wekelijks nog enkele honderden mensen verschijnen.

De nieuwkomers zeggen dat ze het gevoel hebben in gevaar te zijn zijn, dat ze werden bedreigd en lastiggevallen in hun dorpen, die vaak bijna leeg achterbleven. Ze doen alles om hun bezittingen te verkopen en om een boot te kunnen nemen naar Bangladesh.

De vluchtelingen komen uiteindelijk terecht in geïmproviseerde, erbarmelijke, dichtbevolkte kampen in het district Cox’s Bazar. Hun onderkomens zijn meestal gemaakt uit stukken plastic en bamboe, ze leunen tegen elkaar aan, er is nauwelijks drinkwater of sanitair.

Tijdens onze medische consultaties stelden we in alle kampen vast dat de Rohingya in Myanmar aan de rand van de samenleving leefden en werden uitgesloten. Ze hadden nauwelijks of geen toegang tot gezondheidszorg en ze werden niet systematisch gevaccineerd, waardoor hun immuniteit zeer zwak is.

Wat me verontrust is de mogelijkheid dat bovenop de huidige noodsituatie er nog nieuwe zullen bijkomen: het naderende regenseizoen met de bijbehorende moessonregens en tropische stormen, in een gebied dat is blootgesteld aan verwoestende cyclonen, verhoogt vanzelfsprekend het risico op watergedragen ziekten zoals diarree. We zagen al hoe kwetsbaar mensen hier zijn voor besmettelijke ziektes. Momenteel behandelen we nog steeds patiënten met mazelen en difterie.

De meeste kampen zijn alleen te voet bereikbaar. De kwaliteit van de onderkomens baart ons zorgen, het is moeilijk in te schatten of ze bestand zijn tegen hevige regenval. Er kunnen zich aardverschuivingen voordoen of wegen kunnen eenvoudigweg ontoegankelijk worden door de modder, wat kan leiden tot valpartijen en talrijke verwondingen en breuken. We werken momenteel aan een plan voor deze potentiële noodsituaties.

Al deze factoren samen – het bevolkingsaantal, de grote bevolkingsdichtheid, de ontoereikende onderkomens, de zwakke immuniteit – leiden tot een uiterst kwetsbare volksgezondheid. Dit vraagt de voortdurende aandacht van onze teams en van andere organisaties op het terrein.

De eerste dagen vormden water, sanering en primaire gezondheidszorg onze prioriteit, maar nu zijn er andere organisaties die zich daarover ontfermen. Het tekort aan ziekenhuisdiensten blijft echter bestaan. Bovendien blijft ook geestelijke gezondheidszorg een belangrijk onderdeel van onze hulp aan deze bevolking, die slachtoffer was van massaal geweld, zoals onze retrospectieve mortaliteitsstudies die we in december publiceerden, aantoonden.

In samenwerking met de autoriteiten blijven we hulp bieden bij noodsituaties, maar het is ook essentieel inspanningen te leveren voor een grotere aanvaarding en een beter begrip van het humanitaire werk. Het bevolkingsaantal in de regio is spectaculair gestegen, wat bijkomende druk uitoefent op de lokale economie, het milieu en het dagelijkse leven van een gemeenschap en een gastland die hun grenzen hebben opengehouden tijdens een crisis waarvan het einde nog lang niet in zicht is.”

Sinds 25 augustus 2017 heeft Artsen Zonder Grenzen haar activiteiten aanzienlijk uitgebreid. Momenteel beheert de organisatie 15 gezondheidsposten, drie centra voor primaire gezondheidszorg en vijf voorzieningen met ziekenhuisdiensten. De voornaamste doodsoorzaken bij de patiënten die in onze ziekenhuizen terechtkomen, zijn infecties aan de luchtwegen en diarree (die rechtstreeks verband houden met de precaire onderkomens en met de toestand van het water en van de sanering in de kampen). Van eind augustus tot eind december 2017 werden meer dan 200.000 patiënten behandeld in de centra voor ambulante zorgen van Artsen Zonder Grenzen en werden 4.938 patiënten gehospitaliseerd.

Chalima Khatun, 30 jaar, heeft haar twee kinderen binnengebracht in het behandelingscentrum voor difterie van AZG. Beide kinderen liepen de ziekte op. © Anna Surinyach
Een jongetje wordt onderzocht door een arts van AZG in het vluchtelingenkamp van Nayapara. Zijn moeder kwam in oktober 2017 toe in Bangladesh, zijn vader overleefde de tocht niet. © Anna Surinyach
Een patient komt toe in het gezondheidscentrum van Jamtoli © Anna Surinyach
Het behandelingscentrum voor difterie in Moynarghona  © Anna Surinyach
Zicht op het geïmproviseerde kamp van Jamtoli © Anna Surinyach