Hassakeh, Noord-Syrië: verdubbeling gewonden door landmijnen en boobytraps, helft patiënten zijn kinderen

Woensdag 4 april 2018 — Beste,

Vandaag is het Internationale dag tegen Landmijnen. Artsen Zonder Grenzen wil dit jaar de aandacht vestigen op de situatie in Noord-Syrië, waar veel burgers huiswaarts keren, maar gewond raken door landmijnen, boobytraps en explosieven. Het aantal slachtoffers die we behandelden in het ziekenhuis in Hassakeh is de afgelopen maanden verdubbeld. De helft van de slachtoffers zijn kinderen.

Onderstaand artikel belicht de situatie in Hassakeh, maar ook in Raqqa behandelen we slachtoffers (427 tussen november en maart). Een fotoverslag over de situatuie daar kan hier worden geraadpleegd: https://msf.exposure.co/raqqa-the-hidden-deadly-threat.

Vriendelijke groeten,

Delphine Van Durme

 

Het aantal patiënten in het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen in het Noord-Syrische Hassakeh dat gewond is geraakt door landmijnen, boobytraps en explosieven is de afgelopen maanden verdubbeld. De helft van de slachtoffers zijn kinderen, zo jong als één jaar. Artsen Zonder Grenzen roept daarom op tot onmiddellijke opschaling van ontmijningsactiviteiten én levensreddende medische zorg in het gebied.

Explosieven in theepotten en speelgoed

Veel gevluchte mensen keren terug naar huis nu de gevechten in de provincies Raqqa, Hassakeh en Deir ez-Zor zijn gaan liggen. ‘Patiënten vertellen ons dat er landmijnen, boobytraps en andere, geïmproviseerde explosieven in velden, langs wegen, op daken en onder trappen liggen,’ zegt landencoördinator Satoru Ida. ‘Er wordt zelfs gemeld dat er explosieven zitten in huishoudartikelen als theepotten, kussens, pannen, speelgoed en koelkasten. Terwijl mensen nu na maanden of zelfs jaren op de vlucht weer terug naar huis durven.’

Het ziekenhuis dat Artsen Zonder Grenzen ondersteunt in Hassakeh is een van de weinige functionerende medische voorzieningen in de provincie Deir ez-Zor waar gratis gespecialiseerde zorg wordt gegeven. Mensen komen uit de hele regio en moeten soms tot zes uur reizen.

Velen niet bewust van gevaar

In 2017 sloegen minstens 254.000 mensen op de vlucht door het geweld in het gebied. Velen moesten meerdere keren vluchten. Hoewel sommige mensen terugkeren naar hun woonplaats, is de meerderheid van deze groep nog op de vlucht. Zij keren wellicht binnenkort terug en zijn zich niet altijd bewust van de gevaren die op de loer liggen. Ontmijningsdeskundigen vrezen dat honderdduizenden explosieven verspreid liggen over de hele provincie, op plekken als scholen, ziekenhuizen en landbouwgrond.

‘Het is een race tegen de klok,’ vervolgt Ida. ‘Mensen keren terug naar mijnenvelden. Als er niks gebeurt, zullen we nog meer gewonden zien. Omdat de lokale zorg grotendeels is ingestort, is een ziekenhuis soms uren reizen verderop. Juist op een moment dat elke minuut telt. Als iemand niet ter plekke sterft, kan de vertraging waarmee iemand hulp krijgt alsnog fataal worden.’

Ontmijning én voorlichting cruciaal

Ontruimingsactiviteiten zijn acuut nodig, maar voorlichting over de gevaren is dat ook. Mensen die terugkeren naar hun huizen moeten weloverwogen beslissingen kunnen nemen, risico’s kunnen identificeren en mogelijke explosieven kunnen vermijden. Ook moeten ze weten wat ze moeten doen als ze een explosief aantreffen en eerste hulp kunnen geven als er iets gebeurt.

‘Deze explosieven kiezen hun doelwitten niet,’ stelt Ida. ‘Zij respecteren geen wapenstilstand en kunnen ook nadat een conflict stopt maanden of jaren verborgen blijven. Zelfs als ze niet fataal zijn, kunnen ernstige verwondingen aan armen of benen desastreuse gevolgen hebben.’

Ali (12) en zijn broers trokken met hun kudde schapen over een weiland toen er een explosief tot ontploffing kwam. Allen waren zwaargewond, één broer (van 5 jaar) overleefde het niet. © Louise Annaud/MSF
Humaid (45), vader van Lamis: ‘Wat hebben deze kinderen ooit gedaan. Ze zijn onschuldig. Dit is geen oorlog tussen strijdende partijen. Dit is een oorlog tegen de menselijkheid.’
Lamis (13) verloor een been toen ze met haar zussen het dak van hun huis in Dhiban op gingen en daar een boobytrap tot ontploffen brachten. © Louise Annaud/MSF