Europese beleid veroordeelt mensen tot opsluiting in Libië of verdrinking op zee

Vrijdag 29 juni 2018 — De Europese regeringen moeten zich dringend herpakken, en een einde maken aan het beleid dat kwetsbare mensen vastzet in Libië, of hen laat sterven op zee. Dat zegt Artsen Zonder Grenzen, nu de regeringen samenkomen voor de Europese Raad in Brussel.

De voorbije week was de dodelijkste tot dusver in 2018 op de Middellandse Zee: minstens 220 mensen zijn verdronken. Hun dood was te voorkomen geweest, maar de Europese regeringen saboteren de reddingsacties van ngo’s, en schuiven de verantwoordelijkheid door naar de Libische kustwacht.

Europa zorgt voor de financiering, opleiding en uitrusting van de Libische kustwacht, zodat zij vluchtelingen op zee kunnen dwingen terug te keren naar Libië. Het voorbije weekend werden zo 2000 mensen teruggestuurd. Bij aankomst werden ze gevangen gezet, zonder enige vorm van juridisch proces. Artsen Zonder Grenzen kon vorige maand 3300 medische consultaties doen in vier van deze detentiecentra. Medische teams stelden vast dat de overbevolking, gebrek aan hygiëne en tekorten aan drinkwater voor gezondheidsproblemen zorgt.

Dezelfde Europese overheden die slechts een paar maanden geleden de slavenmarkten in Libië zo luid en zo streng veroordeelden, lijken vandaag geen problemen te hebben met een beleid dat het lijden van deze mensen juist vergroot.

“De EU-lidstaten ontvluchten hun verantwoordelijkheid om levens te redden, en veroordelen willens en wetens kwetsbare mensen tot gevangenschap in Libië, of de verdrinkingsdood,” zegt Karline Kleijer, noodhulpcoördinator bij Artsen Zonder Grenzen. “Ze doen dit, terwijl ze perfect op de hoogte zijn van het extreme geweld en misbruik dat vluchtelingen en migranten in Libië moeten ondergaan.”

“Artsen Zonder Grenzen spoort de Europese regeringen aan een minimum aan fatsoen te tonen, en eraan te denken dat het hier om het leven en lijden van mensen gaat. Ze kunnen dat doen door reddingsoperaties uit te voeren, en ontschepingen mogelijk te maken op veilige plaatsen, dat wil zeggen: niet in Libië.”

Ondanks de enorme nood aan reddingsoperaties, bereikt de georchestreerde campagne tegen het reddingswerk door ngo’s een hoogtepunt. Ngo’s worden steeds vaker gesaboteerd, door hen te hinderen in internationale wateren, of de toegang tot havens te ontzeggen.

“Mensenlevens redden op zee is geen misdaad,” zegt Kleijer. “Maar de boodschap van de Europese regeringen is duidelijk: humanitaire hulp is niet gewenst. Ngo’s worden als zondebok gebruikt om de echte problemen te verdoezelen: het gebrek aan solidariteit en visie in de EU, en het disfunctionele asielsysteem. De EU-regeringen laten na hun eigen werk te doen, verhinderen dat ngo’s het in hun plaats doen, en ontmenselijken intussen mensen in nood. Als er nu nog doden vallen, hebben deze regeringen bloed aan hun handen.”