Europa schiet tekort in zijn wettelijke en morele plicht om levens op zee te redden
Niet iedereen die de gevaarlijke overtocht over zee probeert te maken, krijgt de kans om op tijd gered te worden.

Op maandag 31 augustus redde de Oyvon, een reddingsschip van Artsen Zonder Grenzen (AZG), 18 mensen in nood op zee. De meeste opvarenden waren afkomstig uit Eritrea. Onder hen bevonden zich twaalf niet-begeleide minderjarigen, waaronder een jong meisje. De reddingsactie vond plaats in de Maltese zoek- en reddingszone. Op dinsdag 1 september werden de overlevenden naar Trapani op Sicilië gebracht, de veilige haven die door de Italiaanse autoriteiten was aangewezen.
"De mensen die we redden, van wie velen kinderen waren, waren meer dan 24 uur eerder uit Libië vertrokken", vertelt Leah Kenny, Humanitarian Affairs Coordinator aan boord van de Oyvon. "Toen we hen bereikten, waren ze uitgeput, dreven ze stuurloos rond in internationale wateren en hadden ze geen brandstof meer."
De Middellandse Zee blijft een zeer dodelijke migratieroute
Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) behoort de Centrale Middellandse Zee al meer dan tien jaar tot de dodelijkste migratieroutes ter wereld.
"Sinds 2015 zijn er al meer dan 35.000 mensen geregistreerd als overleden of vermist in de Middellandse Zee. In werkelijkheid ligt dat aantal waarschijnlijk nog hoger", zegt Kenny.
Zoek- en reddingsoperaties op zee blijven daarom essentieel. Sinds 2015 voert AZG reddingsoperaties uit in de Centrale Middellandse Zee. In die periode bracht de organisatie meer dan 94.000 mensen in veiligheid aan boord van negen verschillende reddingsschepen.
"Mensen op de vlucht worden steeds vaker geconfronteerd met geweld op zee en langs migratieroutes, waaronder gevaarlijke en gewelddadige onderscheppingen", zegt Claire San Filippo, vertegenwoordiger van de AZG-reddingsmissie. "Humanitaire reddingsschepen krijgen bovendien te maken met intimidatie, pesterijen en zelfs gewapende aanvallen, vaak door de Libische of Tunesische kustwacht, die door de EU wordt gefinancierd. Daarbij komen zowel de levens van de geredde mensen als die van de reddingsteams in gevaar. Dat is onaanvaardbaar."
Restrictief migratiebeleid brengt mensenlevens in gevaar
Het huidige Europese beleid, dat reddingsschepen beperkt in hun werking of ngo's criminaliseert, houdt mensen niet tegen om de oversteek te wagen. Mensen slaan op de vlucht vanwege de omstandigheden die ze ontvluchten, niet omdat reddingsorganisaties aanwezig zijn op zee.
Europese regeringen mogen migratiebeheer niet langer uitbesteden aan derde landen. Door kustwachten te financieren en uit te rusten om mensen op zee tegen te houden en terug te sturen, onttrekken ze zich aan hun verantwoordelijkheid.
"Voor sommige mensen die we hebben gered, was dit niet hun eerste poging om de overtocht te maken", vertelt Kenny. "Ze waren eerder al onderschept door de Libische kustwacht en gedwongen teruggebracht naar Libië."
"Libië is geen veilige plaats. Door operaties te ondersteunen die mensen naar daar terugsturen, stelt de Europese Unie hen bloot aan ernstige mensenrechtenschendingen. Dat druist rechtstreeks in tegen het principe van non-refoulement, waaraan alle EU-lidstaten gebonden zijn."
AZG-teams horen voortdurend getuigenissen van mensen die na een gedwongen terugkeer naar Libië terechtkomen in een vicieuze cirkel van willekeurige detentie, geweld, foltering en afpersing.
Dat is geen veilige en evenmin een rechtmatige manier om met migratie om te gaan.
Levens redden mag geen discussiepunt zijn
Deze situatie is het directe gevolg van het dodelijke migratiebeleid van de Europese Unie en haar lidstaten.
Levens redden op zee zou geen discussiepunt mogen zijn. Het is een wettelijke verplichting, een menselijke verantwoordelijkheid en een ethische plicht. Europa schiet daarin tekort.
Quentin Barrea