AFGHANISTAN: Artsen Zonder Grenzen vraagt opheldering na dodelijke luchtaanvallen op ziekenhuis in Kunduz

Zaterdag 3 oktober 2015 — Brussel, 3 oktober 2015 - Artsen Zonder Grenzen veroordeelt de afschuwelijke luchtbombardementen op haar ziekenhuis in Kunduz, Afghanistan. Twaalf medewerkers en ten minste zeven patiënten, onder wie drie kinderen, werden hierbij gedood. Er vielen 37 gewonden, onder hen 19 medewerkers. Deze aanval is een ernstige inbreuk op het Internationaal Humanitair Recht.

Alles wijst er momenteel op dat het bombardement is uitgevoerd door de internationale Coalitietroepen. Artsen Zonder Grenzen vraagt een volledig en transparant verslag van de Coalitie over de luchtbombardementen op Kunduz van zaterdagmorgen. Artsen Zonder Grenzen vraagt ook een onafhankelijk onderzoek van de aanval voor een maximale transparantie en verantwoording.

“Deze aanval is weerzinwekkend en een ernstige inbreuk op het Internationaal Humanitair Recht”, zegt Meinie Nicolai, voorzitter van Artsen Zonder Grenzen. “We vragen volledige transparantie van de Coalitietroepen en aanvaarden niet dat dit verschrikkelijk verlies van levens simpelweg afgedaan wordt als ‘collateral damage’.”

Het traumaziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen werd tussen 2:08 en 3:15 lokale tijd geraakt door een reeks luchtbombardementen met intervallen van 15 minuten. Het centrale hoofdgebouw van het ziekenhuis met de intensieve zorg, spoedafdelingen en fysiotherapieruimte werd herhaaldelijk, en met precisie, getroffen bij elke luchtaanval. Andere gebouwen rondom werden niet getroffen.

“Na de bominslagen hoorden we een vliegtuig rondvliegen,” zegt Heman Nagarathnam, verantwoordelijke voor Artsen Zonder Grenzen in Noord-Afghanistan. “Er was een pauze, waarna nog meer bommen insloegen. En dit gebeurde opnieuw en opnieuw. Toen ik uit mijn kantoor wegraakte, stond het hoofdgebouw van het ziekenhuis in lichterlaaie. Sommigen konden snel naar de twee bunkers van het gebouw om te schuilen, maar patiënten die niet konden ontsnappen zijn levend verbrand in hun bed.”

Ondanks dat Artsen Zonder Grenzen de GPS-coördinaten van het traumaziekenhuis had doorgegeven aan de Coalitie en aan de Afghaanse militaire en burgerlijke instanties – meest recent op 29 september - om te vermijden dat het ziekenhuis zou geraakt worden, vonden de bombardementen toch plaats. Artsen Zonder Grenzen communiceert in conflicthaarden altijd over haar exacte locaties met alle partijen.

Na de aanval probeerde het team wanhopig om de levens van gewonde collega’s en patiënten te redden. Ze zetten een geïmproviseerd operatiekwartier op in een ongeschonden kamer. Sommige van de meest kritieke patiënten, werden overgebracht naar het ziekenhuis van Puli Khumri, op twee uur rijden.

“Naast de dood van onze collega’s en patiënten, snijdt deze aanval ook de bevolking in Kunduz af van dringende medische hulp, net nu deze het meest nodig is.”, zegt Nicolai. “We vragen de strijdende partijen eens te meer burgers, gezondheidsstructuren en medisch personeel te respecteren zoals het Internationale Humanitair Recht voorschrijft.”

Sinds het begin van de gevechten op maandag, heeft Artsen Zonder Grenzen 394 gewonden opgenomen. Toen de luchtaanval deze ochtend plaatsvond, waren er 105 patiënten aanwezig in het ziekenhuis, samen met hun begeleiders, net als meer dan 80 Afghaanse en internationale medewerkers. Artsen Zonder Grenzen drukt haar medeleven uit met de families en vrienden van haar medewerkers en patiënten die hun leven lieten in deze aanval.

Het ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen is het enige gezondheidscentrum in zijn soort in het noordoosten van Afghanistan. Sinds vier jaar biedt het gratis chirurgische traumazorg. In 2014 werden 22.000 patiënten behandeld en werden 5.900 operaties uitgevoerd. Het verzorgend personeel van AZG helpt iedereen die medische noden heeft, zonder onderscheid van etnie, godsdienst of politieke overtuiging.

Artsen Zonder Grenzen begon in 1980 te werken in Afghanistan. In Kunduz, net als in de rest van het land, bieden Afghaanse en internationale medewerkers medische kwaliteitszorg. Artsen Zonder Grenzen ondersteunt het ministerie van Volksgezondheid in het ziekenhuis Ahmad Shah Babab in het oosten van Kabul, de materniteit  Dasht-i-Barchi in het westen van de hoofdstad, net als het ziekenhuis van Boost, in Lashkar Gah in de provincie Helmand. In Khost, in het oosten van het land, beheert Artsen Zonder Grenzen ook een kraamkliniek. De projecten van Artsen Zonder Grenzen in Afghanistan worden uitsluitend gefinancierd door privé-geld, de organisatie aanvaard geen enkele vorm van overheidsfinanciering.

**********************************************

Getuigenis van één van onze medewerkers ter plaatse:

“Ik heb hier geen woorden voor. Het is onverwoordbaar.”

Verpleger Lajos Zoltan Jecs bevond zich in het ziekenhuis van Kunduz op het moment dat het gebouw getroffen werd door een reeks luchtbombardementen in de vroege ochtend van zaterdag 3 oktober. Hij beschrijft wat hij meemaakte.

“Het was ontzettend angstaanjagend.

Ik sliep in onze ‘safe room’ in het ziekenhuis. Rond 2 uur ‘s ochtends werd ik wakker door het geluid van een zware ontploffing nabij. Eerst wist ik niet wat er gebeurde. De voorbije week hadden we vaker bombardementen en ontploffingen gehoord, maar steeds verderaf. Deze was anders: dicbtbij en luid.

Eerst was er verwarring, en stof dat neerkwam. Terwijl we probeerden te weten te komen wat er gebeurde, werd er nog meer gebombardeerd.

Na zo’n 20 of 30 minuten, hoorde ik iemand mijn naam roepen. Het was een van de verplegers van de spoeddienst. Hij strompelde binnen met een hele zware wonde aan de arm. Hij was bedekt in bloed, met wonden over het hele lichaam.

Op dat ogenblik kon mijn brein gewoon niet begrijpen wat er gebeurde. Een seconde lang stond ik stokstil, in shock.

Hij riep om hulp. In de safe room hebben we een beperkte medische basisvoorraad, maar er was geen morfine om zijn pijn te bestrijden. We deden wat we konden.

Ik weet niet hoe lang het duurde, maar misschien een half uur later stopte het bombardement. Ik ging naar buiten met de projectverantwoordelijke om te zien wat er gebeurd was.

We zagen een verwoest ziekenhuis, in brand. Ik weet niet wat ik voelde – ik was gewoon opnieuw in shock.

We gingen op zoek naar overlevenden. Een aantal waren al tot in één van de safe rooms geraakt. Een per een begonnen mensen tevoorschijn te komen, gewond, ook enkele van onze collega’s, en zorgverleners van de patiënten.

We probeerden in één van de brandende gebouwen te kijken. Ik kan niet beschrijven wat daar binnen te zien was.  Er zijn geen woorden voor. In de afdeling Intensieve Zorg verbrandden zes patiënten levend in hun bed.

We zochten naar personeel dat in de operatiekamer had moeten aanwezig zijn. Het was verschrikkelijk. Op de operatietafel lang een dode patient, temidden van de verwoesting. We konden onze medewerkers niet vinden. Gelukkig leerden we later dat ze uit de operatiezaal waren weggelopen en een veilig onderkomen hadden gevonden.

We keken ook binnen in de opnameafdeling, daar vlakbij. Gelukkig niet geraakt door de bommen. We controleerden snel of iedereen in orde was. En in een veilige bunker ernaast, was ook iedereen in orde.

En toen terug naar het kantoor. Vol – patiënten, gewond, huilend, overal.

Het was gekkenwerk. We moesten een plan uitwerken om de toevloed van gewonden aan te kunnen, onderzoeken welke dokters nog in leven waren en konden helpen. We deden een spoedoperatie voor één van onze dokters. Hij stierf helaas op de operatietafel. We deden ons best, maar het was niet genoeg.

De hele situatie was erg zwaar. We zagen onze collega’s sterven. Onze apotheker – ik had ‘s avonds nog met hem gepraat en de bevoorrading gepland – en toen stierf hij daar in ons kantoor.  

De eerste momenten waren louter chaos. Voldoende personeel had het overleefd, dus we konden alle mensen met behandelbare wonden helpen. Maar ze waren met zovelen, dat we niet konden helpen. Op één of andere manier was alles duidelijk. We behandelden gewoon de mensen die hulp nodig hadden en namen geen beslissingen. Hoe konden we beslissingen nemen in deze angst en chaos?

Een aantal collega’s waren te zwaar in shock, ze huilden voortdurend. Ik probeerde enkele medewerkers aan te sporen om mee te helpen, zodat ze iets hadden om zich op te concentreren, om hun gedachten af te wenden van de horror. Maar ze waren te veel in shock om iets te doen. Om volwassen mannen, je vrienden, zo ongecontroleerd te zien huilen – dat is moeilijk.

Ik werk hier sinds mei, en ik heb veel zware medische situaties meegemaakt. Maar het is een volledig ander verhaal wanneer het om je collega’s gaat, om je vrienden.

Dit zijn mensen die maandenlang hard hebben gewerkt, zelfs non-stop de voorbije week. Ze waren niet naar huis gegaan, ze hadden hun gezinnen niet gezien, ze werkten gewoon in het ziekenhuis om mensen te helpen…en nu zijn ze dood. Deze mensen zijn vrienden, dichte vrienden. Ik heb hier geen woorden voor. Het is onverwoordbaar.

Het ziekenhuis is verschillende maanden lang mijn werkplek en mijn thuis geweest. Ja, het is maar een gebouw. Maar het is zoveel meer dan dat. Het is gezondheidszorg voor Kunduz. En nu is het er niet meer.

Sinds deze ochtend voel ik in mijn hart dat dit totaal onaanvaardbaar is. Hoe kan dit gebeuren? Wat voordeel haal je hier uit? Een ziekenhuis vernietigen en zovele levens, voor niets. Ik vind hier geen woorden voor.”

 

Published with Prezly